Over wat er het afgelopen jaar gebeurd is zou ik wellicht een boek kunnen schrijven, maar ik prop het gewoon in een notendop. Ik houd van kort en krachtig, zonder overbodig gezwatel over allerlei niet ter zake doende feiten.
Nadat ik ruim een jaar geleden op straat kwam te staan ben ik alweer zes keer verhuisd; van een stacaravan (waar ik welgeteld één dag heb gewoond) via een logeeradres, via de crisisopvang in Hoogezand naar de crisisopvang in Leek. Vervolgens naar een doorgangshuis in Groningen en tot slot naar een Sociaal Pension in diezelfde stad.
Na een wachttijd van ruim acht maanden kon ik ook eindelijk terecht bij Lentis (de GGZ van het Noorden), alwaar ik werd geconfronteerd met de meest hooghartige psychiater die ik ooit ontmoet heb. Hij zat (bewust!?) enkele meters van me vandaan en zijn bureaustoel stond op de hoogste stand zodat hij ook letterlijk op me neer kon kijken. Vanaf zijn ivoren toren spuide hij de meest denigrerende opmerkingen; zich kennelijk niet bewust van zijn beroepseer tegenover de kwetsbare persoon die hij tegenover zich had.
Meteen daarop heb ik bij mijn contactpersoon een klacht ingediend en nu heb ik een 'interim-psychiater' tot ze me kunnen inroosteren bij iemand met lege plekken in zijn -of haar- agenda.
Qua medicatie ben ik er ook op vooruit gegaan; ik slikte al Tramadol tegen de pijn die veroorzaakt wordt door de fibromyalgie en paroxetine tegen depressie. En om de kermis in mijn hoofd en de daarmee gepaard gaande onrust te kalmeren heb ik nu oxazepam en seroquel.
In het algemeen ben ik tevreden over mijn woonsituatie; ontbijt, lunch en avondeten worden verzorgd en is meestal goed van kwaliteit. Met de meeste bewoners kan ik goed overweg, bij een enkeling krijg ik regelmatig wurgneigingen. Maar dat krijg je als je zo'n vijfenveertig koekwouzen (zoek dat maar op in het etymologisch woordenboek) in één pand bij elkaar plaatst.
Over het personeel kan ik alleen lovende woorden spreken, allemaal even lief en betrokken. Ze doen echt hun best je je thuis te laten voelen en er is altijd wel iemand aanspreekbaar, al is het slechts een scheet die je dwars zit.
Natuurlijk heersen er ook spanningen tussen bewoners onderling, maar meestal voel of zie ik dat wel aankomen en dan trek ik me terug in mijn kamer en duik in een boek. Nu is het wachten op een flink pak sneeuw, of -als die uitblijft- het eerste lentegroen zodat ik mijn hobby als professioneeel amateurfotograaf weer kan oppakken.